Auteur : Kjell Wagner, voorzitter
Geplaatst : 11 april 2016


Dat is even schrikken, deze kop boven mijn blog. Geen paniek, ik zie het einde van de wereld niet naderen. Ik bedoel iets anders. In mijn jonge jaren was de kreet 'De jeugd heeft de toekomst' overal te horen. Ook op de harmonie waar ik toentertijd mijn partijtje meeblies op de klarinet. Onlangs zocht ik contact met deze club omdat zij een eeuwfeest vierden en een jubileumboek uitgegeven hadden. Dat wilde ik wel aanschaffen, enig jeugdsentiment is mij niet vreemd. In het gesprek met de secretaris van de vereniging werd mij duidelijk dat de jeugd helaas de toekomst niet gehaald heeft. De jubilaris zucht onder een immer vergrijzend aantal actieve muzikanten. Waar hebben wij de boot gemist? Niet bij het kansen geven aan de jeugd om kennis te maken met de harmonie. Je kon bijna gratis een instrument leren bespelen op de muziekschool en dat instrument kreeg je in bruikleen. Verder betaalde een jeugdlid, iemand die nog de middelbare school bezocht of studeerde, nauwelijks contributie. Wat wil je nog meer of moet ik zeggen 'minder'?

Net als alle andere muziekverenigingen kampt Het Residentiekoor ook met een zeer lage instroom van zangers onder de veertig, om die groep niet te belasten met de lastige term 'jeugdige'. Je bent immers zo oud als je je voelt? Hoe bereik je die groep en dan hoe weet je ze over te halen te komen meezingen? Dat is om vele redenen een lastig verhaal.

Ten eerste werkt de huidige tijd niet mee. Wij zijn gek op onze individuele vrijheid en dat is prima. Maar het heeft ook tot gevolg dat mensen zich niet graag willen binden aan een bepaalde club. Dat betekent namelijk dat er iets van je verlangd kan worden wat je individuele vrijheid in zal perken. Liever zijn wij vrij en ongebonden, maar daar bouw je geen vereniging mee op.

Ten tweede is de muzikale opvoeding op de basisscholen en in het voortgezet onderwijs op geen enkele wijze gericht op het stimuleren van het gezamenlijke zingen. Toen wij een tijdje geleden noodgedwongen in het muzieklokaal van het Hofstad Lyceum repeteerden kreeg je een aardig beeld waar de ‘core business’ van de muziekdocent uit bestond. Ik zag er minstens vijfentwintig keyboards staan, een drumstel, een zanginstallatie en de nodige elektrische gitaren. Verder aan de wanden een keur aan wild uitgedoste popsterren. In mijn tijd hingen daar portretten van Beethoven of Mozart en meer van de grootheden uit de klassieke muziek. Ja, muziek maken doen ze nog volop, laat daar geen misverstand over bestaan, maar of er nog samen gezongen wordt, betwijfel ik.

Ja, dan ben je afhankelijk van jongelui die het zingen min of meer van huis uit hebben meegekregen, en dat zijn er niet zoveel. Ziedaar de lastige problematiek waar mee wij aan de slag moeten om de gemiddelde leeftijd van Het Residentiekoor omlaag te krijgen. Maar dat wil niet zeggen dat er geen kansen zijn. Die gaan wij de komende tijd weer pakken. Tachtig jaar maar nog lang niet oud en der dagen zat, voor zo een koor teken ik!