Auteur : Kjell Wagner, voorzitter
Geplaatst : 9 maart 2016


Mijn eerste jaren als zanger in een oratoriumkoor was ik lid van de COV 'IJmuiden'. Dit koor werd met ijzeren hand geleid door Willem Wiesehahn. Niet bepaald een pedagoog, hij kon stevig uit zijn slof schieten. Koorleden kregen nooit persoonlijk de volle laag, wel de piano. De dirigent was namelijk ook de pianist. Eens waren piano en dirigent beiden zo ontstemd dat door de mokerharde aanslag van de maestro drie snaren tegelijkertijd knapten. Maar dat terzijde, het zijn nu voor mij zoete herinneringen aan een periode waarin ik kennis maakte met de missen en oratoria van Haydn, Mozart, Brahms, Gounod, Mendelssohn en natuurlijk Bach.

Elk jaar voerden wij de week voor Goede Vrijdag de Matthäus van J.S. Bach uit. Leerlingen van de basisschool waar ik werkte zongen de jongenskoren. Door het grondige instuderen van de heer Wiesehahn, zo werd hij aangesproken, niemand haalde het in zijn hoofd hem losjes 'Willem' te noemen, stond het werk bij de meeste koorleden, waaronder ik, als een huis. Maar ondanks de kwaliteit van het gebodene (meer dan honderd zangers waarvan velen nog ruim onder vijftig) was het elk jaar een hele strijd om de kaarten aan de man te brengen. De penningmeester hield een paar weken voor de uitvoering keer op keer een wervend betoog. Er waren altijd nog kaarten te koop aan de zaal. Behalve als Max van Egmond de Christuspartij zong, dan liep de kaartverkoop als een trein. Driemaal mocht ik meemaken dat Marco Bakker de christuspartij zong. En dat deed hij keurig, een openbaring voor mij want ik kende hem alleen als operetteprins. De penningmeester kon bij die gelegenheden steeds buiten zinnen van vreugde meedelen dat de kaarten uitverkocht waren!

Blijkbaar is het aantrekken van een bekende solist een garantie dat je geen kat in de zak koopt. Toch is dat vreemd. Waarom zou een onbekende bas geen mooie doorleefde Christuspartij kunnen zingen? Moet hij eerst langs Podium Witteman of De Wereld Draait Door om een kwaliteitsstempel te ontvangen? Waarom komt bij een bepaald koor in Den Haag de hele plaatselijke jetset opdraven - ik heb het met eigen ogen aanschouwd - en zie ik die zelden plaatsnemen bij onze toch bepaald niet slechte uitvoeringen? Het houdt mij bezig. Het blijft een enorme uitdaging om het publiek te overtuigen van de kwaliteit van onze concerten. Dit kan door te studeren wat Martin van der Brugge gepland heeft, de stemvorming te volgen van onze onvolprezen Nathalie Mees en optimale concentratie bij de repetities. Dat gebeurt ook merk ik, tot mijn niet geringe vreugde!

Zaterdag 26 maart kunnen wij weer ons publiek uitbreiden. Door onze gezamenlijke inspanning bij de repetitie en bij het reclame maken voor ons concert. Zo weten steeds meer mensen dat je bij Het Residentiekoor de zekerheid hebt een kwalitatief mooi concert te bezoeken. Zonder de grote namen maar wel met prima solisten en begeleiding. Al bijna tachtig jaar is Het Residentiekoor een klinkende naam en die verdient het ook!