Voorzitter (2012)

In 2011 bestond het koor 75 jaar en dat is gevierd met een groots jubileumconcert in de Dr. Anton Philipszaal te Den Haag. Voor dit concert heeft voorzitter Kjell Wagner een stuk geschreven met een mooie omschrijving van de eerste 75 jaar. Hieronder is zijn tekst te lezen.

In het jaar 1936 plaatste kapelaan Jacq Duyves een oproep in het dagblad De Residentie en Maasbode om een rooms-katholiek gemengd koor op te richten. Een
overdonderend aantal mensen uit Den Haag, Loosduinen en Rijswijk reageerde hierop. Er kwamen maar liefst vierhonderd aanmeldingen binnen voor de eerste repetitie in de Jozef Gezellenzaal aan de Lange Lombardstraat te Den Haag.

Dat was de start van een koor dat al meer dan vijfenzeventig jaar later nog steeds van zich laat horen. De geschiedenis van Het Residentiekoor is een ontdekkingstocht in de plaatselijke geschiedenis.

 

De eerste vijftig jaar zijn vooral een tocht door 'Het Rijke Roomse Leven' naar het boek van de journalist en schrijver Michel van der Plas. Want rooms-katholiek was het koor die eerste vijftig jaar zeker. Katholiek in zijn programmakeuze en zijn verenigingsleven. Gehecht aan tradities, zorg voor elkaar, een sterke onderlinge band en gevoel voor presentatie. Oudste koorlid en jarenlang actief in het bestuur, Jan van den Nouland en zijn vrouw Ann kunnen daar met kennis van zaken over meespreken. Jarenlang prijkte in de statuten de voorwaarde om lid te kunnen worden: "van onbesproken gedrag en rooms-katholiek". Echter, het was absoluut geen kerkkoor.

Het koor was opgericht om koormuziek ten gehore te brengen buiten de eredienst. De dirigenten, en tevens artistiek leiders kozen wel werken uit die een duidelijke katholieke signatuur hadden. De dirigenten van het eerste uur, Nico Verhoeff en Kees Stolwijk, waren zeer kundige dirigenten met een brede repertoirekennis en bepaald niet behoudend in hun programmakeuze. Het is verbazingwekkend hoeveel werken zij van in die tijd nog levende Nederlandse componisten lieten uitvoeren. Grote namen als Monnikendam, Andriessen, Van Anrooy, Diepenbrock, Mengelberg prijkten op het repertoire.

Met Hendrik Andriessen had het koor een speciale band. Hij componeerde zijn Veni Creator Spiritus voor het vijfentwintigjarig jubileum van het koor. Hij zou niet de enige blijven. Onder dirigent Paul van Gulick werden verscheidene premières van composities gegeven. Het is vermeldenswaard dat het nu zeer populaire The Armed Man van Karl Jenkins door Het Residentiekoor in Nederland geïntroduceerd werd in het atrium van de Haagse Hogeschool tijdens het concert ter gelegenheid van het zeventigjarig jubileum. Dit werk werd vooraf gegaan door de première van het Stabat Mater van Paul van Gulick. Voeg daarbij de medewerking aan een cd met werken van Haagse componisten en het zal duidelijk zijn dat Het Residentiekoor van vele muzikale markten thuis is.

De basis daarvoor werd gelegd door voorgangers van Paul van Gulick. Met name Jo Ivens mag dan niet onvermeld blijven. In die meer dan vijfenzeventig jaar is een lijst van uitgevoerde werken ontstaan die een kleine tien pagina's beslaat. Daar staan namen vermeld van onder andere Mozart, Haydn, Monnikendam, Gershwin, Schönberg, Poulenc, Taneyev, Glière, Bernstein, Stravinsky, Jenkins, Liszt, Beethoven, Bruckner, Stoop, Pärt, Bach, Brahms, Hidas, Andriessen en zo nog velen meer. Het is het bewijs dat Het Residentiekoor niet de gebaande paden ging. Onder Verhoeff, Stolwijk en Ivens is hard gewerkt aan de zangkwaliteit. Dat moge blijken uit de zeer vererende uitnodiging om het Requiem van Verdi uit te voeren onder leiding van de wereldberoemde dirigent Carl Maria Guilini. Kees Stolwijk had een uitgebreid netwerk door zijn werk bij de omroep en als dirigent van toonaangevende orkesten. Met vierhonderd zangers hoef je het grote werk niet te schuwen. Het Requiem van Verdi was al diverse malen uitgevoerd. Vandaar dat ons koor getipt werd als koor voor de uitvoering in het kader van het Hollandfestival in 1957. Jan van den Nouland herinnert zich Guilini als een buitengewoon aimabele man. Hij nam de tijd om het koor zijn bedoelingen uiteen te zetten en wist zo de sympathie van de zangers te winnen. De recensies spreken van een memorabele uitvoering die destijds gehouden werd in het Circus theater in Den Haag. Het gebouw voor K&W zoals elke Hagenaar deze kunstentempel noemde, was ook de plek waar het koor menig concert heeft gegeven. De presentatie was ook een belangrijk onderdeel voor de uitvoeringspraktijk.

Het Residentiekoor was een van de eerste grote gemengde koren die naast de traditionele kleding ook kleuraccenten ging aanbrengen. De concertpresentatie was in de eerste vijftig jaar traditioneel. Onder Van Gulick werd daar fantasierijker meer omgegaan. Een uitvoering van de grote mis van Johann Sebastian Bach in het atrium van het stadhuis werd afgesloten met een satirisch werk van P.D.Q. Bach. Een onecht kind van Bach? Dat kon niet waar zijn en was dat ook niet. Achter deze naam ging de Amerikaan Peter Schickele schuil, die een fraaie pastiche maakte in de stijl van Bach. De dirigent kwam op met Bachpruik en vormde daarmee het eerste ‘aangeklede’ concert. Het zeventigjarig jubileum werd theatraal uitgewerkt in het atrium van de Haagse Hogeschool. Ruim zevenhonderd aanwezigen werden totaal overdonderd door de uitvoering, waarbij naast Het Residentiekoor ook een breakdance groep, een buikdanseres en een muezzin optraden. Een ovationeel applaus verhinderde bijna de uitvoering van het slotkoraal. Tijdens een ander concert werd Ein Deutsches Requiem uitgevoerd in de Elandstraatkerk. Een theatrale verlichting accentueerde de diepere betekenis van dit magistrale werk.

Het concert ter gelegenheid van het 75-jarig jubileum werd ondersteund door een visuele presentatie van de gravures die bij het epische gedicht De Schipbreuk als illustraties waren toegevoegd. Niet alleen bijzondere presentaties trokken de aandacht. De begeleiding van de uit te voeren werken was lang niet altijd wat het publiek gewend was. Zo werd regelmatig een concert begeleid door het schitterende Bätz-orgel van de Lutherse kerk in Den Haag. Het koor had de eer het eerste koor te zijn dat begeleid werd op het magnifiek gerestaureerde orgel. Orkesten engageren werd in de loop der jaren een steeds duurdere aangelegenheid. Oplossingen werden gezocht in begeleiding met orgel of vleugel. Ein Deutsches Requiem is uitgevoerd in de bewerking voor twee piano’s. Voor een uitvoering van het Requiem van Frigyes Hidas werd de medewerking gevraagd van een semi-professioneel harmonie orkest uit Wateringen en de Postharmonie van Breda.

De laatste twintig jaar wordt het koor tijdens de repetities begeleid door uitnemende repetitoren die naast deze taak vaak een eigen concertpraktijk hebben. De eerste repetitor van ons koor was Ad Vergouwen. Hij begeleidde betrokken de repetities en nam de leden voor zich in met zijn gevoel voor humor. Alsof hij een leerling was van de legendarische Victor Borge, verstond hij de kunst om in bepaalde fragmenten melodietjes te ontdekken van moderne popsongs of andere bekende wijsjes die niets te maken hadden met bijvoorbeeld de plechtige mis die ingestudeerd werd. Onze huidige repetitor, Laura Sandee, heeft vele harten gestolen met haar betrokkenheid bij het koor. Zij kan indien de nood aan de man is, zelfs de dirigent vervangen. Een muzikale duizendpoot. Het Residentiekoor is bijzonder trots een zo getalenteerde pianiste al zo lang zijn repetitor te mogen noemen.

Het besturen van een zangvereniging is geen sinecure. Het Residentiekoor kende een aantal uitnemende bestuurders die mede door hun belangeloze inzet, de muzikale doelen mede hielpen te realiseren. Mevrouw Zegveld, Jan van den Nouland waren de grote namen die het koor in de roemrijke jaren leidden. Zij moesten een reusachtig koor bij elkaar houden en slaagden daar wonderwel in. Een nog immer trouwe kracht in en nu naast dat bestuur is mevrouw Nel Caron. Al tientallen jaren stelt zij haar boekhoudkundige gaven belangeloos in dienst van het koor. De nieuwe tijd bracht nieuwe uitdagingen en die moesten gevonden worden. Bij het aantreden van Paul van Gulick trad ook een nieuwe voorzitter aan. Hanny Wesseling, net lid geworden, moest onder moeilijke omstandigheden koers houden. Het ledenaantal liep terug, vooral onder de heren. Samen met haar bestuursleden en de dirigent slaagde zij erin het ledenaantal weer in een stijgende lijn te brengen. Het koor had een traditie van koorreizen opgebouwd, met een concert in de Notre Dame van Parijs als onbetwist hoogtepunt. Het bestuur onder leiding van Hanny blies dat nieuw leven in en een memorabele reis naar Praag was het resultaat. Een schitterend concert in een van de vele prachtige kerken die Praag rijk is bekroonde deze reis.

En dan de toekomst. Die is onzekerder dan ooit. De niet aflatende zoektocht naar financiering van de concerten wordt steeds uitdagender. De tijden zijn veranderd. Het grootste deel van de traditionele gemengde koren kampt met terugloop van leden en vergrijzing van het ledenbestand. Het Residentiekoor is daar geen uitzondering op. De instelling van de mensen die van zingen houden verandert. Men wil zich niet meer binden aan een koor. Liever zingt men 'à la carte'. De zeer populaire 'Scratchconcerten' zijn daar een bewijs van. Een koor kan niet op zijn lauweren rusten. Nieuwe wegen moeten gevonden worden, verkend en zo nodig ingeslagen. Het vraagt om elan en vooral geloof in de waarde van het koor. Met zijn nieuwe dirigent Martin van der Brugge bouwt Het Residentiekoor weer verder aan een traditie die al meer dan vijfenzeventig jaar gehoord mag worden. Met als sleutelwoorden niveau, vernieuwend, uitdagend en sociaal, gaat Het Residentiekoor de toekomst in.